De tuin neuriet. Bij jullie ook?
De rodedendron, de vuurdoorn, het vingerhoedskruid, de dwergmispel, de bosandoor, … ze brengen allemaal hun eigen gebrom dat samenzwelt tot een heus tuinlied.
Bijtjes en hommeltjes in alle kleuren en maten brommen, zoemen en neuriën alsof ze een echte tuinorgie aan het vieren zijn.
De pioenrozen bloeien, de clematissen staan magnifiek, appeltjes zwellen in belofte, de tomaten groeien dat ze wikkelen, in de berm wiegen de margrieten, het gras kleurt geel van de boterbloemen, een strookje muurleeuwenbekjes groeit onder de dorpel,..
Ik loop soms echt als betoverd door de tuin. Hebben jullie dat ook, dat je kan blijven door de tuin dralen, van border tot border en weer opnieuw en weer rond? en dat je daar zo heel erg stil en tergelijk ook uitbundig content van kunt worden?
Ik zie mijnen hof zo geirne



Die bosandoorn is een echte aanwinst. mooi is ie en wild en daar helemaal vanzelf gekomen.
Het vroeg zelfs wat moeite om het boek te doorbladeren op zoek naar zijn naam.
Maar ik zit regelmatig in dat boek te bladeren: “wilde planten van West-Europa”
Ik heb daar wel een zwak voor, voor planten die vanzelf de tuin komen binnensluipen.
Sommigen voorzichtig in hun eentje andere meteen in groep of als uit de kluit gewassen plant. Veelal miskend en onbegrepen maar daardoor nog zoveel mooier.
Ik wied wel, maar ik doe dat zeer selectief. Ik verwijder enkel wat ik ken en zeker weg wil.
Brandnetels hebben hun hoekje en daarbuiten heb ik ze liever niet. Ook stinkende gouwe haal ik er meestal uit, ze worden zo groot en ze overdrijven een beetje, komen overal uit hoewel dat nu al veel beter is. Kleefkruid gaat er onvermijdelijk overal en altijd uit, als je een kat hebt met lang haar die graag op safarii gaat, zul je dat wel begrijpen.
En gras! gras is des duivels en ongetwijfeld het meest vervelende harnekkigste en meest woekerend onkruid ooit. En toch hebben we er pelouzen vol van staan. Maar gras is soms ook mooi. De varieteit aan pluimen en aren is onvoorstelbaar.
Maar toch blijft de grasschaar een dikke vriend.
Bij de bijver staat een grote struik bijvoet, best decoratief dat blad. Maar andere kant van de vijver heb ik hem kort geknipt, na teveel licht weg van iets anders.
haagwinde heb ik verplant tussen de zonnebloemen, kan hij lekker langs hun steel omhoog groeien.
Anderen zijn iets minder wild, maar zouden het wel willen zijn.
Mijn zo geliefd vingerhoedskruid groeit waar het uit komt, maar toch heb ik het zachtjes uitgegraven en voor de muur gezet, wat het niet tegen houdt om op ander plaatsen ook gewoon lekker te groeien.
juddaspenning en akkelei bloeien zo mooi en waren er ook opeens. Ze zijn welkom.
En dan is er nog die gele onbekende waarvan ik nog eens een foto moet posten.
De foto van dit weekend in de blakende zon is niet gelukt.
Als ze op het werk spreken over het gras sproeien tegen het onkruid zit ik er bij als een vreemde. Ik zit ‘s middags in het park boterhammen te eten en zit dromend naar het gras te kijken, me af te vragen waarom ik bijna geen klaver heb in dat gras. Ik stak eerder een maddeliefje uit in een ander gazon en introduceerde het bij mij. Geduldig wachtend tot ik een gazon vol bloemen en bijtjes heb.
En als u mij nu wilt veronschuldigen ik moet nog even uitwaaien op de fiets, het ruikt naar mijn lievelingsgeur en het klinkt naar mij lievelings klank: “zomerregen met merellied”
Ik zou er bijna lyrisch van worden. ^^


























